Ik wou dat ik de wereld verkend had zoals zoveel mensen van mijn leeftijd dat deden.
Verre reizen naar fantastische bestemmingen. Met vrienden in plaats van ouders en familie. Grappig poserend gefotografeerd voor een iconisch uitzicht.
Ik zie vaak foto's van oude vrienden die ik nooit meer zie... 15 splitsingen in de levensweg geleden kozen we andere paden. Toch herinner ik me jullie nog.
Ik vind het verpletterend dat jullie elkaar gevonden hebben. Dat jullie allemaal in elkaars leven gebleven zijn. Ik zie aan de beelden dat jullie het goed hebben samen - jeugdvrienden, vrienden van de hogeschool... mensen die je ondertussen minstens tien jaar goéd kent.
Het moet zalig zijn om je zo gedragen te voelen.
Ik zeg vaarwel aan jullie, aan het leven...
Ik sluit mijn ogen en probeer te vergeten dat ik elke kans om deel te nemen aan dat leven door mijn vingers zag glippen...
Ik heb zo lang de leegte in mijn hart zelf moeten vullen dat er enkel nog plaats is voor mijzelf.
Ik kan amper nog genieten van gedeeld plezier... en alleen is er ook niks meer aan.
zondag 30 november 2014
zondag 9 november 2014
Ik: het beest.
Ik kan er nog heel slecht mee om. Ik hou me sterk en straf maar mijn innerlijke schreeuw wordt een - door merg en been- huil waar ik niets kan tégen doen, maar ook niks meer méé kan doen.
Ik droom opnieuw. Slecht.
Het huilen begint zich een weg naar buiten te banen.
Wenend wakker worden, dat heb ik al vaak meegemaakt, al was het nu toch een half jaar geleden. Het jammerende huilen dat er deze week al 2 keer bijkwam, is nooit eerder gebeurd.
En het gaat altijd over hetzelfde: verlaten worden, in de steek gelaten worden, ...
Gevoelens, te hevig, maar dat maakt ze niet per sé echt.
Wie laat me in steek buiten ikzelf? Wie laat anderen in de steek buiten ikzelf?
Ik weet niet of dat klopt. Maar het raast door mijn kop.
De pijn die ik niet kan verdragen en zich als een verdrukte fundering onder mijn
Niemand kan mij verplichten iets anders te voelen dan wat ik voel. De bijhorende twijfel maakt het niet minder accuraat.
De woede die ik voel onderdrukt houden, ik zou ze uitwerken op de zwakkeren.
Wat een vreselijk eenvoudige oplossing voor de amper te controleren razernij lijkt - ze even toelaten - is niet geoorloofd. Iets doen aan de stressor, hem beëindigen is niet gewenst. Dat is een leugen, maar ik kan niet anders dan op zulke momenten (wanneer ik visualiseer wat ik zou kunnen doen) ook denken aan de momenten erna... het schuldgevoel, de onherstelbare schade, de wetenschap iets onherroepelijk vernietigd te hebben... Daar toch aan toegeven is geen vrijheid (vrijheid van woede) maar criminaliteit.
Op momenten dat iets of iemand de stressknop aanraakt zou ik écht door de deur gaan, iets kapotmaken, gooien, zwieren, brullen, ... het is geen mantra, het is geen dreigement, het is niets van dat, het is zo echt als ik het voel. Ik doe mezelf en anderen een gunst door niet te bewijzen hoe reëel het is... dus beoordeel en onderschat me niet op het zogezegd afwezig zijn van woede, geweld-daden of reden daartoe. Dat ik van de blaffende hond van de buren binnen de muren van mijn appartement (mijn veiligdom) tot waanzin wordt gedreven lijkt misschien best wel komisch, menselijk, normaal, begrijpelijk, ... maar dat geloei is voor mij een 'instant anger trigger'... ik voel mijn hart daardoor verkrampen, mijn maag trekt samen, zenuwen gieren door mijn lijf... dit is geen gewone ergernis... op vlak van die emoties ken ik geen mate meer, het gaat van 'ergernis afwezig' naar 'dissociatieve razernij' op minder dan 3 seconden.
Hoe lang dit allemaal al leeft, is zijn betekenis verloren. De problemen liggen niet in het verleden, maar in het nu. Alles is een aanloop geweest naar nu. De confrontatie met het beest in mij, dat beest dat ik graag moet proberen zien, komt dichter en dichter.
Maak ik het beest kapot of krijgt het beest mij te pakken - en is er een verschil?
donderdag 2 oktober 2014
Kop in kop uit
Ik heb zoveel in mijn hoofd, maar ik heb geen manier om het eruit te krijgen, om er iets mee te doen, geen uitlaatklep voor de muziek, beelden, verhalen, concepten, theorieën, de schoonheid en de woede, de liefde en frustratie.
Ik heb het idee dat, wat ik ook probeer, ik de tools mis om het intens overweldigend mooie en soms ook misselijkmakende gevoel te kanaliseren...
Praten helpt niet. Tekenen is frustrerend want ik zie geen beelden in mijn hoofd die ik kan tekenen, ik voél ze eerder en ik kan ze niet vastgrijpen. Muziek maken of spelen... ik raak niet één procent aan van wat in mijn kop zit. Ik heb er geen vat op. Het verdwijnt net zo snel als het opkomt.
Ik wil, moét, ... al gans mijn leven dingen creëren, omdat dat het enige is wat mijn onrust op afstand houdt... eeuwige pogingen om dat wat erin zit eruit te krijgen. Verveling is het onvermogen iets nieuws te creëren...
Zelfs met die ene procent maak ik veel indruk op anderen. 'Wat een zot ben jij Simon...' zeggen ze dan, ook als ze eerst sceptisch waren en dachten dat ik een aandachtszoekende prutser ben. Maar verder dan dat gaat het niet. Ik slaag er niet in eruit te breken. Ik zit vast, zo vast en ik kan zelfs niet zeggen wàt vastzit en uitleggen hoe dat voelt.
Ik kan er niet aan. Het kan er niet uit. Het resultaat is altijd een teleurstellende flard, een beschamende bevestiging van het onvermogen mijn talent, mijn intelligentie, ... te stroomlijnen... waardoor het lijkt alsof er niks zit.
Zelfs roepen en tieren en wenen lukt niet...
Ik heb het idee dat, wat ik ook probeer, ik de tools mis om het intens overweldigend mooie en soms ook misselijkmakende gevoel te kanaliseren...
Praten helpt niet. Tekenen is frustrerend want ik zie geen beelden in mijn hoofd die ik kan tekenen, ik voél ze eerder en ik kan ze niet vastgrijpen. Muziek maken of spelen... ik raak niet één procent aan van wat in mijn kop zit. Ik heb er geen vat op. Het verdwijnt net zo snel als het opkomt.
Ik wil, moét, ... al gans mijn leven dingen creëren, omdat dat het enige is wat mijn onrust op afstand houdt... eeuwige pogingen om dat wat erin zit eruit te krijgen. Verveling is het onvermogen iets nieuws te creëren...
Zelfs met die ene procent maak ik veel indruk op anderen. 'Wat een zot ben jij Simon...' zeggen ze dan, ook als ze eerst sceptisch waren en dachten dat ik een aandachtszoekende prutser ben. Maar verder dan dat gaat het niet. Ik slaag er niet in eruit te breken. Ik zit vast, zo vast en ik kan zelfs niet zeggen wàt vastzit en uitleggen hoe dat voelt.
Ik kan er niet aan. Het kan er niet uit. Het resultaat is altijd een teleurstellende flard, een beschamende bevestiging van het onvermogen mijn talent, mijn intelligentie, ... te stroomlijnen... waardoor het lijkt alsof er niks zit.
Zelfs roepen en tieren en wenen lukt niet...
vrijdag 19 september 2014
Het Grote Alleen
Heb je vrienden? vragen ze dan.
Ik kan daar geen neen op antwoorden.
Maar...
Ga ik ooit in't weekend 'op café' met vrienden? Neen.
Zien we elkaar wekelijks? Maandelijks? Neen.
Op mijn verjaardag heeft mijn vriendin een 15 tal mensen uitgenodigd voor een verrassingsfeestje. Er zijn 3 mensen komen opdagen. Eén van hen moest na een uur al weg. Eén andere moest na 2 uur weg want die had nog met vrienden afgesproken. Enkel de derde is gebleven.
'Maar hebt ge u geamuseerd?' vragen mensen dan?
'Daar gaat het nu niet over!' denk ik dan.
Ik geef dit voorbeeld om aan te tonen dat ik wel vrienden heb maar dat het niet is wat je denkt. Ik ben eenzaam. Onthecht. Voel me al zo lang alleen. Het is zo erg geworden dat ik amper nog kan ontspannen als er iemand anders in mijn buurt is.
'Beter een paar goede vrienden dan veel slechte.'
Na 15 jaar eenzaamheid weet ik dat zo nog niet - ik was erg depressief tijdens de periode dat ik een grote kennissen-groep had, maar ik had wel vaak plezier.
Ik ben nu al blij als ik eens een dag niét pieker. Dat is al 'een plezierige' dag. Ik haal nooit de volgende trap, het 'plezier maken' zit er al jaren niet meer in.
En wat dan nog als ik ondankbaar overkom. Ik voel me slecht. Het leven is leeg. Ik voel me gefaald in alles wat een mens mens maakt. Ik voel me ook gefaald in de dingen waar ik goed in ben - omdat ik er niets mee kan aanvangen - ik kan het niet omzetten in iets waar ik plezier uit haal. En hoe vaker ik probeer, hoe meer bevestigd wordt dat net dàt niet lukt. Er is geen gebrek aan talent of wilskracht. Maar mensen geloven dat niet, mensen denken dat je niet écht je best gedaan hebt...
Beu ben ik het. Zo beu. Wat biedt het leven? Af en toe, eens één leuke dag, om de zoveel tijd, om de zoveel weken. Ik herinner me amper leuke momenten omdat ze overweldigd worden door donkere eenzaamheid... En voor de rest, de grote leegte, Het Grote Alleen. En hoe lang voel ik me al zo? Toen ik 15 was schreef ik hier een gedicht over voor in het schoolkrantje... dat ik me alleen voelde, een 'alien' als het ware, ver weg van alles en iedereen. Ik sprak over maskers. Maskers die ikzelf opzet om te proberen overleven, maar ook maskers van de anderen, ...
edit:
Ik ben nog nooit uitgenodigd om bij vrienden te gaan eten. Tien jaar geleden zou ik daar nog enthousiast op gereageerd hebben, maar moest dat nu gebeuren zou ik alleen maar spanning en angst voelen - naast het rationele besef natuurlijk, dat ik geen neen kan zeggen (want wat zit ge nu te klagen?).
Ik ben ook nog nooit uitgenodigd op een trouwfeest. Gelukkig.
Mensen tegen wie ik zulke dingen vertel benijden me altijd: 'Goh gij hebt chans dat ge dat allemaal niet moet doen... .' (maw: wat zit ge nu te klagen).
Ik dacht vroeger dat - eens mijn ouders mijn wereldbeeld niet meer zouden beperken - alles vanzelf zou gaan. Je komt mensen tegen, je hébt een aantal vrienden met wie je samen af en toe eens iets doet, lachen, plezier maken, zeveren, eens teveel drinken, debiele stoten uitsteken... Je komt mensen tegen met wie het muzikaal ook klikt zodat een muziekgroep een logisch verlengde wordt van je leven. Ik had nooit gedacht dat ik op professioneel vlak dingen zou bereiken, ik ben daar ook nooit echt mee bezig geweest... Maar op alle andere vlakken (de gewone dingen, dingen die bijna iedereen als vanzelfsprekend ervaart) dacht ik dat het leven zichzelf ontplooit.
Ik heb uit pure ontbering al geprobeerd om vrienden te maken. Actief op zoek te gaan. Oude kennissen opzoeken, eens afspreken met die kerel die via internet kent. Ik ben actief op zoek gegaan naar mensen om samen muziek te maken (daar ben ik al van mij 15 mee bezig, zoeken naar mensen om een intense samenwerkingsband op te bouwen).
Ik ben ik zo ver buiten mijn 'comfort zone' getreden, ik ben zo ver afgedreven van mijzelf, van mijn waarden, van de dingen waar ik voor sta ... en het is allemaal ontploft in mijn gezicht en ik hou bijna niks over... En elke keer waren er mensen die zich groepeerden tegen mij. En elke keer waren er enkelingen die zagen wat er gebeurden die zich afgewend hebben zodat ik ook echt alleen stond. Mijn familie heeft dit ook gedaan. Het doet iets als je ouders en je grootouders onverschillig reageren (of zelfs kwaad) op het feit dat je je wanhopig probeert staande te houden, dat het zo slecht gaat dat je weinig redenen voelt om te blijven leven...
Ik denk niet ik ooit nog normaal (zonder idolatrie en liefde of wantrouwen en haat) naar mensen kan kijken.
Ik kan daar geen neen op antwoorden.
Maar...
Ga ik ooit in't weekend 'op café' met vrienden? Neen.
Zien we elkaar wekelijks? Maandelijks? Neen.
Op mijn verjaardag heeft mijn vriendin een 15 tal mensen uitgenodigd voor een verrassingsfeestje. Er zijn 3 mensen komen opdagen. Eén van hen moest na een uur al weg. Eén andere moest na 2 uur weg want die had nog met vrienden afgesproken. Enkel de derde is gebleven.
'Maar hebt ge u geamuseerd?' vragen mensen dan?
'Daar gaat het nu niet over!' denk ik dan.
Ik geef dit voorbeeld om aan te tonen dat ik wel vrienden heb maar dat het niet is wat je denkt. Ik ben eenzaam. Onthecht. Voel me al zo lang alleen. Het is zo erg geworden dat ik amper nog kan ontspannen als er iemand anders in mijn buurt is.
'Beter een paar goede vrienden dan veel slechte.'
Na 15 jaar eenzaamheid weet ik dat zo nog niet - ik was erg depressief tijdens de periode dat ik een grote kennissen-groep had, maar ik had wel vaak plezier.
Ik ben nu al blij als ik eens een dag niét pieker. Dat is al 'een plezierige' dag. Ik haal nooit de volgende trap, het 'plezier maken' zit er al jaren niet meer in.
En wat dan nog als ik ondankbaar overkom. Ik voel me slecht. Het leven is leeg. Ik voel me gefaald in alles wat een mens mens maakt. Ik voel me ook gefaald in de dingen waar ik goed in ben - omdat ik er niets mee kan aanvangen - ik kan het niet omzetten in iets waar ik plezier uit haal. En hoe vaker ik probeer, hoe meer bevestigd wordt dat net dàt niet lukt. Er is geen gebrek aan talent of wilskracht. Maar mensen geloven dat niet, mensen denken dat je niet écht je best gedaan hebt...
Beu ben ik het. Zo beu. Wat biedt het leven? Af en toe, eens één leuke dag, om de zoveel tijd, om de zoveel weken. Ik herinner me amper leuke momenten omdat ze overweldigd worden door donkere eenzaamheid... En voor de rest, de grote leegte, Het Grote Alleen. En hoe lang voel ik me al zo? Toen ik 15 was schreef ik hier een gedicht over voor in het schoolkrantje... dat ik me alleen voelde, een 'alien' als het ware, ver weg van alles en iedereen. Ik sprak over maskers. Maskers die ikzelf opzet om te proberen overleven, maar ook maskers van de anderen, ...
edit:
Ik ben nog nooit uitgenodigd om bij vrienden te gaan eten. Tien jaar geleden zou ik daar nog enthousiast op gereageerd hebben, maar moest dat nu gebeuren zou ik alleen maar spanning en angst voelen - naast het rationele besef natuurlijk, dat ik geen neen kan zeggen (want wat zit ge nu te klagen?).
Ik ben ook nog nooit uitgenodigd op een trouwfeest. Gelukkig.
Mensen tegen wie ik zulke dingen vertel benijden me altijd: 'Goh gij hebt chans dat ge dat allemaal niet moet doen... .' (maw: wat zit ge nu te klagen).
Ik dacht vroeger dat - eens mijn ouders mijn wereldbeeld niet meer zouden beperken - alles vanzelf zou gaan. Je komt mensen tegen, je hébt een aantal vrienden met wie je samen af en toe eens iets doet, lachen, plezier maken, zeveren, eens teveel drinken, debiele stoten uitsteken... Je komt mensen tegen met wie het muzikaal ook klikt zodat een muziekgroep een logisch verlengde wordt van je leven. Ik had nooit gedacht dat ik op professioneel vlak dingen zou bereiken, ik ben daar ook nooit echt mee bezig geweest... Maar op alle andere vlakken (de gewone dingen, dingen die bijna iedereen als vanzelfsprekend ervaart) dacht ik dat het leven zichzelf ontplooit.
Ik heb uit pure ontbering al geprobeerd om vrienden te maken. Actief op zoek te gaan. Oude kennissen opzoeken, eens afspreken met die kerel die via internet kent. Ik ben actief op zoek gegaan naar mensen om samen muziek te maken (daar ben ik al van mij 15 mee bezig, zoeken naar mensen om een intense samenwerkingsband op te bouwen).
Ik ben ik zo ver buiten mijn 'comfort zone' getreden, ik ben zo ver afgedreven van mijzelf, van mijn waarden, van de dingen waar ik voor sta ... en het is allemaal ontploft in mijn gezicht en ik hou bijna niks over... En elke keer waren er mensen die zich groepeerden tegen mij. En elke keer waren er enkelingen die zagen wat er gebeurden die zich afgewend hebben zodat ik ook echt alleen stond. Mijn familie heeft dit ook gedaan. Het doet iets als je ouders en je grootouders onverschillig reageren (of zelfs kwaad) op het feit dat je je wanhopig probeert staande te houden, dat het zo slecht gaat dat je weinig redenen voelt om te blijven leven...
Ik denk niet ik ooit nog normaal (zonder idolatrie en liefde of wantrouwen en haat) naar mensen kan kijken.
zaterdag 28 december 2013
Godver dit is een negatief tekstje.
Een stomme job, maar ze is verkocht.
Niet aan mij.
Een te duur appartement. Iemand anders is er mee weg.
Dit lelijk kot hier. Lelijk door de staat waarin het zich bevindt. Lelijk omwille van hoeveel het hier kost. Lelijk omdat het voor mij geen toekomst meer biedt.
Ik wil hier weg.
Binnenkort moét ik hier weg.
Waar moet ik heen. Wat moet ik gaan doen.
'Ik hoop dat het in orde komt.' - 'Ik denk aan je.'
Lief en warm en mooi, maar je betaalt er je vaste kosten niet mee en je internet. Je vindt er geen kracht mee om elke keer de roetsjbaan te trotseren van groeiend enthousiasme (jezelf oppeppen) naar tot-nu-toe elke keer honderd procent teleurstelling.
Zelfs die job, aan de kassa van de Gamma, die ik niet wil doen, is weg. Zelfs dat vind ik erg.
'Opklimmen, hoe je dat doet, moet je zelf ontdekken,' zei de man aan wie ik raad vroeg.
'Opklimmen is niet mogelijk,' antwoord ik hem, 'als je geen kansen krijgt om jezelf te bewijzen.'
'Zet jezelf op internet,' zegt mijn lief. Ze bedoelt het goed, en lief, en opbeurend. 'Promoot je talenten.'
Daar sta ik dan. Met mijn mond vol tanden. Op internet. En hier in mijn appartement.
De vorige keer dat mijn succes afhing van 'zelfpromotie' ben ik tegen de grond gegaan. En toen was het in iets waarin ik echt zo goed ben dat het vanzelf gaat. Iets waarin ik op inhoudelijk, theoretisch en praktisch vlak uitblink (tov de andere in dezelfde sector) en herhaaldelijk heb kunnen bewijzen dat dat zo is. In't echt én op internet. Jaren aan een stuk.
Zelfs dat was niet genoeg.
'Je kan niet tegen kritiek.'
'Je bent een amateur.'
'Je kan geen afspraken maken.'
Eigenlijk was het dit: Je maakt goede muziek (en we begrijpen niet hoe je het doet), maar het is de verkeerde.
Dit gezegd zijnde... is dat ook zo.
Ik moet iets anders gaan doen. Ik bén ook al lang iets anders aan het doen.
Maar daarmee zal ik niet snel centen verdienen.
Wel met gordijnen ophangen. Of plinten aanvijzen. Of douchekoppen installeren. Of kuisen. Of aan de kassa staan. Of in't fabriek. Al nemen ze daar ook niet snel mensen aan als ik.
Liever kreeg ik de kans om filosofische teksten te schrijven tegen betaling, mijn blik op de maatschappij te geven in dagbladen, raadgever te zijn van (politieke) organisaties, .... Nog liever zou ik gewoon kunnen leven en gerust gelaten worden... zonder te moeten nadenken waarin ik goed ben, en gewoon doén waarin ik goed ben. Ik ben het beu om te moeten denken over de toekomst die misschien ooit beter wordt, ik wil eens eindelijk IN die toekomst zitten. Maar ik vermoed dat dat samenhangt met mijn persoonlijkheid.
Leuteren. Ja. Dat kan ik goed. En negatief doen.
Ik doe het hier. Dan hoeft het elders wat minder.
Niet aan mij.
Een te duur appartement. Iemand anders is er mee weg.
Dit lelijk kot hier. Lelijk door de staat waarin het zich bevindt. Lelijk omwille van hoeveel het hier kost. Lelijk omdat het voor mij geen toekomst meer biedt.
Ik wil hier weg.
Binnenkort moét ik hier weg.
Waar moet ik heen. Wat moet ik gaan doen.
'Ik hoop dat het in orde komt.' - 'Ik denk aan je.'
Lief en warm en mooi, maar je betaalt er je vaste kosten niet mee en je internet. Je vindt er geen kracht mee om elke keer de roetsjbaan te trotseren van groeiend enthousiasme (jezelf oppeppen) naar tot-nu-toe elke keer honderd procent teleurstelling.
Zelfs die job, aan de kassa van de Gamma, die ik niet wil doen, is weg. Zelfs dat vind ik erg.
'Opklimmen, hoe je dat doet, moet je zelf ontdekken,' zei de man aan wie ik raad vroeg.
'Opklimmen is niet mogelijk,' antwoord ik hem, 'als je geen kansen krijgt om jezelf te bewijzen.'
'Zet jezelf op internet,' zegt mijn lief. Ze bedoelt het goed, en lief, en opbeurend. 'Promoot je talenten.'
Daar sta ik dan. Met mijn mond vol tanden. Op internet. En hier in mijn appartement.
De vorige keer dat mijn succes afhing van 'zelfpromotie' ben ik tegen de grond gegaan. En toen was het in iets waarin ik echt zo goed ben dat het vanzelf gaat. Iets waarin ik op inhoudelijk, theoretisch en praktisch vlak uitblink (tov de andere in dezelfde sector) en herhaaldelijk heb kunnen bewijzen dat dat zo is. In't echt én op internet. Jaren aan een stuk.
Zelfs dat was niet genoeg.
'Je kan niet tegen kritiek.'
'Je bent een amateur.'
'Je kan geen afspraken maken.'
Eigenlijk was het dit: Je maakt goede muziek (en we begrijpen niet hoe je het doet), maar het is de verkeerde.
Dit gezegd zijnde... is dat ook zo.
Ik moet iets anders gaan doen. Ik bén ook al lang iets anders aan het doen.
Maar daarmee zal ik niet snel centen verdienen.
Wel met gordijnen ophangen. Of plinten aanvijzen. Of douchekoppen installeren. Of kuisen. Of aan de kassa staan. Of in't fabriek. Al nemen ze daar ook niet snel mensen aan als ik.
Liever kreeg ik de kans om filosofische teksten te schrijven tegen betaling, mijn blik op de maatschappij te geven in dagbladen, raadgever te zijn van (politieke) organisaties, .... Nog liever zou ik gewoon kunnen leven en gerust gelaten worden... zonder te moeten nadenken waarin ik goed ben, en gewoon doén waarin ik goed ben. Ik ben het beu om te moeten denken over de toekomst die misschien ooit beter wordt, ik wil eens eindelijk IN die toekomst zitten. Maar ik vermoed dat dat samenhangt met mijn persoonlijkheid.
Leuteren. Ja. Dat kan ik goed. En negatief doen.
Ik doe het hier. Dan hoeft het elders wat minder.
Labels:
wantoestanden
zaterdag 21 december 2013
Meer.
Meer dan vaste grond onder mijn voeten.
Toch voelt het alsof een wolkje mij meenam.
Melig, daar kan ze niet goed tegen, dat lief van mij, maar ze moet het niet ondergaan want ik spui het hier.
Daar waar ik mijn hersenkronkels de vrije loop laat gaan.
Hier dus.
Al haat ik dat woord.
Hersen kronkel. Misbruikt en kapotgemaakt door destructieve randfiguren, helaas te vaak aanwezig in mijn onderbewuste.
Wanneer krijgen zij hun definitieve plek op het schap dat buiten staat te rotten. Een plekje waarvan je vergeet dat het bestaat, tot je jaren later tijdens een grote kuis beslist dat het tijd is om afscheid te nemen van al die rommel. Het is toch niets meer waard. Het staat hier te niksen. En dat schap, dat valt uit elkaar als je er te hard naar kijkt.
Hey! Waar is mijn wolkje.
Ah. Daar is ze.
Altijd aanwezig.
Als een deel van een spiegel dat je net hebt ontdekt.
Je ontdekt nieuwe gezichten - al blijf jij het altijd zelf die terugkijkt.
Een warme gloed. Eén zijn met twee.
Te lang vergeten hoe dat hoorde te voelen. Jammer.
Nu voel ik het harder. Nu voel ik meer.
Blij dat ik überhaupt terug voel.
Blij dat ik terug wakker ben.
Toch voelt het alsof een wolkje mij meenam.
Melig, daar kan ze niet goed tegen, dat lief van mij, maar ze moet het niet ondergaan want ik spui het hier.
Daar waar ik mijn hersenkronkels de vrije loop laat gaan.
Hier dus.
Al haat ik dat woord.
Hersen kronkel. Misbruikt en kapotgemaakt door destructieve randfiguren, helaas te vaak aanwezig in mijn onderbewuste.
Wanneer krijgen zij hun definitieve plek op het schap dat buiten staat te rotten. Een plekje waarvan je vergeet dat het bestaat, tot je jaren later tijdens een grote kuis beslist dat het tijd is om afscheid te nemen van al die rommel. Het is toch niets meer waard. Het staat hier te niksen. En dat schap, dat valt uit elkaar als je er te hard naar kijkt.
Hey! Waar is mijn wolkje.
Ah. Daar is ze.
Altijd aanwezig.
Als een deel van een spiegel dat je net hebt ontdekt.
Je ontdekt nieuwe gezichten - al blijf jij het altijd zelf die terugkijkt.
Een warme gloed. Eén zijn met twee.
Te lang vergeten hoe dat hoorde te voelen. Jammer.
Nu voel ik het harder. Nu voel ik meer.
Blij dat ik überhaupt terug voel.
Blij dat ik terug wakker ben.
vrijdag 26 juli 2013
En toen.
En toen was er licht.
Licht vanbinnen door een lichtje vanbuiten. Lichtjes. Lichter. Minder zwaar en donker.
Droge vlokken dwarrelen naast me, op me, rond me, in me... ik ren niet weg, ik denk niet weg, ik droom weg in mezelf weg van de tijd. Angst voor de toekomst moet ik opgeven, pijn van het verleden raakt zijn vat kwijt.
Zou het. Zou het deze keer voorgoed zijn. Voorgoed verlost van de complexerende reflexen die zichzelf verstarren en steeds weer tot hetzelfde leiden, namelijk niets. Dat durf ik niet geloven. P. zei, dat ik ook dàt idee moet loslaten. Euforie. Gevolgd door weerslag. Het hoeft zo niet te gaan. Het kan een traag kabbelend maar omhoog lopend stroompje worden, dat leven van me, ipv een kolkend kluwen van haat en zelfmedelijden. Langzaam omhoog langzaam maar zeker. Af en toe stilstand, even nadenken, maar niet te lang. Vooral leven.
Loslaten. Vrij zijn. Wél zinnige begrippen. Geen onconrete doelen. Geen spiritueel onbegrijpelijk gedoe maar harde waarheden. Kernen. Belletjes. Stormrammen. Broek uit. En terug liefde voelen voor de mensen rond mij.
Ik heb zin om iedereen vast te pakken die ik ooit gekend heb en hen te besmetten met mijn hernieuwde levensvreugde.
Waar haal ik de kracht? Uit mezelf. Door te durven. Door te moeten. Door niet anders meer te kunnen.
Al te lang, ben ik een zwart gat waar niets aan ontsnapt. Tijd om het licht zelf te worden dat eindeloos snel de kosmos in vliegt en zich niet bekommert om kleine minuscule dingen. Of wel. Maar terug verder vliegen. Niet blijven hangen. Beginnen leven.
BLIJVEN LEVEN
Licht vanbinnen door een lichtje vanbuiten. Lichtjes. Lichter. Minder zwaar en donker.
Droge vlokken dwarrelen naast me, op me, rond me, in me... ik ren niet weg, ik denk niet weg, ik droom weg in mezelf weg van de tijd. Angst voor de toekomst moet ik opgeven, pijn van het verleden raakt zijn vat kwijt.
Zou het. Zou het deze keer voorgoed zijn. Voorgoed verlost van de complexerende reflexen die zichzelf verstarren en steeds weer tot hetzelfde leiden, namelijk niets. Dat durf ik niet geloven. P. zei, dat ik ook dàt idee moet loslaten. Euforie. Gevolgd door weerslag. Het hoeft zo niet te gaan. Het kan een traag kabbelend maar omhoog lopend stroompje worden, dat leven van me, ipv een kolkend kluwen van haat en zelfmedelijden. Langzaam omhoog langzaam maar zeker. Af en toe stilstand, even nadenken, maar niet te lang. Vooral leven.
Loslaten. Vrij zijn. Wél zinnige begrippen. Geen onconrete doelen. Geen spiritueel onbegrijpelijk gedoe maar harde waarheden. Kernen. Belletjes. Stormrammen. Broek uit. En terug liefde voelen voor de mensen rond mij.
Ik heb zin om iedereen vast te pakken die ik ooit gekend heb en hen te besmetten met mijn hernieuwde levensvreugde.
Waar haal ik de kracht? Uit mezelf. Door te durven. Door te moeten. Door niet anders meer te kunnen.
Al te lang, ben ik een zwart gat waar niets aan ontsnapt. Tijd om het licht zelf te worden dat eindeloos snel de kosmos in vliegt en zich niet bekommert om kleine minuscule dingen. Of wel. Maar terug verder vliegen. Niet blijven hangen. Beginnen leven.
BLIJVEN LEVEN
Abonneren op:
Posts (Atom)